Skip to content

Cart

Your cart is empty

Continue shopping
Vier geribbelde LLIOR-dinerkaarsen van sojawas, 27 cm, ongeparfumeerd, met katoenen lont
VerzorgingOct 25, 20265 min read

Onderdelen van een kaars: van lont tot vlam uitgelegd

De onderdelen van een kaars zijn snel opgenoemd: was, lont, vlam en het laagje gesmolten was daartussen. Toch heeft elk onderdeel een eigen taak. Wie die taken kent, begrijpt meteen waarom een kaars mooi rustig brandt, waarom dat soms niet lukt en wat je eraan kunt doen. In deze korte woordenlijst lopen we alle delen van een kaars langs, van de voet tot het puntje van de vlam, met de namen die je op etiketten en verzorgingskaartjes tegenkomt.

Wat zijn de onderdelen van een kaars?

Een kaars heeft drie wezenlijke onderdelen: de was (de brandstof), de lont (die de brandstof naar de vlam brengt) en de vlam zelf. Daaromheen vind je het smeltbad, het lonttopje en, afhankelijk van de kaars, een lontplaatje, een glas of een gevormd lichaam.

De rest, van ribben tot de voet van een dinerkaars, gaat over vorm: hoe de kaars staat, hoe hij het licht vangt en hoe hij in een kandelaar of op tafel past. Hieronder de onderdelen een voor een.

De was

De was is de brandstof van de kaars. Het is de was die brandt, niet de lont.

Vaste was bij de vlam smelt, de lont zuigt die vloeistof omhoog en de hitte maakt er damp van. Die damp brandt. Kaarsvet kan gemaakt zijn van bijenwas, plantaardige was zoals soja, of paraffine, dat uit aardolie komt. De verschillen lees je in Waar zijn kaarsen van gemaakt?

De lont

De lont is het touwtje in het hart van de kaars. Hij brengt gesmolten was omhoog naar de vlam.

Vraag je je af hoe het touwtje van een kaars heet: dat is de lont, in het Engels wick. De meeste lonten zijn van gevlochten katoen, soms met een dun laagje was zodat ze makkelijk aangaan. Vloeibare was kruipt door de vezels omhoog, zoals water in een stukje keukenpapier. Hoe dat precies werkt, lees je in Hoe werkt een kaars? en waar lonten van gemaakt zijn in De lont van een kaars.

Het lonttopje

Het lonttopje is het deel van de kaars dat je aansteekt: het stukje lont dat vrij boven de was uitsteekt.

Voor elke brandbeurt hoort dat vrije stukje 0,5 à 1 cm lang te zijn. Veel gevlochten katoenen lonten krullen tijdens het branden een beetje om, zodat het topje in het heetste deel van de vlam komt en langzaam opbrandt. In Lont inkorten lees je hoe je hem op lengte houdt.

Het koolkopje

Het zwarte bolletje bovenop een gebruikte lont heet een koolkopje, in het Engels ook wel mushroom (paddenstoel) genoemd.

Het ontstaat als de lont te lang is geworden of als de kaars lang heeft gebrand. Een koolkopje maakt de vlam groter en onrustiger. Knip het eraf zodra de kaars is afgekoeld. Het is een van de bekendste oorzaken van een onrustige vlam, zoals we beschrijven in Kaars flikkert?

Het smeltbad

Het smeltbad is het laagje vloeibare was rond de lont terwijl de kaars brandt. Het is de brandstofvoorraad van de vlam.

Een rustig, gelijkmatig smeltbad betekent dat de vlam een constante toevoer van was krijgt. Houd het schoon: een afgebrande lucifer of een afgeknipt stukje lont in het smeltbad kan de vlam verstoren. Geef het smeltbad bij de eerste keer branden de tijd om zich uit te breiden; waarom, lees je in Kaars de eerste keer branden.

Het lontplaatje

Het lontplaatje is een klein metalen schijfje onderaan de lont, vooral gebruikt in kaarsen die in een glas of blik zijn gegoten.

Het houdt de lont rechtop en in het midden terwijl de was hard wordt. Veel stompkaarsen en dinerkaarsen hebben er geen nodig, omdat de lont door de hele kaars loopt en door de was eromheen op zijn plaats blijft.

Het lichaam, de voet en de rand

Het lichaam is de vorm van de kaars zelf. Een stompkaars staat vrij, zonder glas; de voet is de platte onderkant waar hij op staat.

Terwijl een stompkaars brandt, houdt de buitenrand van was rond het smeltbad de vloeibare was op zijn plek. Zet een stompkaars altijd op een hittebestendig bord of een kandelaar.

De ribben van een kaars

De ribben (of groeven) van een kaars zijn de verticale lijnen in de zijkant. Ze horen bij het ontwerp en bepalen hoe de kaars het licht vangt.

Onze Four Tapers zijn over hun volle 27 cm geribbeld, en Pillar Candle II heeft gegroefde zijkanten. In kaarslicht houdt elke groef een smal lijntje schaduw vast, wat de was diepte geeft, ook als de kaars niet brandt.

De voet van een dinerkaars

De voet is het smallere onderste uiteinde van een dinerkaars, gevormd om in een kandelaar te passen.

Een dinerkaars moet stevig en recht in de kandelaar staan; een scheve kaars brandt ongelijk. Meer over kiezen en gebruiken lees je in Dinerkaarsen.

Uit welke delen bestaat de vlam van een kaars?

De vlam van een kaars heeft drie zones: een donkere binnenzone rond de lont, een felgele middenzone en een vage buitenzone, het heetste deel van de vlam. Onderaan zit vaak een klein blauw gedeelte.

  • Binnenzone. Het donkere deel vlak rond de lont: wasdamp die nog niet brandt. Dit is het minst hete deel van de vlam.
  • Middenzone. Het felgele deel dat het licht geeft. Piepkleine koolstofdeeltjes worden zo heet dat ze gloeien, en verbranden daarna terwijl ze opstijgen.
  • Buitenzone. Een dunne, bijna onzichtbare rand waar de damp de meeste zuurstof krijgt en volledig verbrandt. Dit is het heetste deel; meestal wordt zo'n 1.400 °C genoemd.
  • Blauwe voet. Onderaan bereikt de lucht de damp als eerste, en daar brandt de vlam met een klein blauw schijnsel.

Het warme licht van een kaars ligt rond 1.800 à 1.900 kelvin, warmer dan een gewone warmwitte lamp van zo'n 2.700 K.

Welk deel van een kaars brandt er eigenlijk?

De was, als damp. De lont brengt de was alleen naar de vlam en brandt aan het topje langzaam op.

Daarom is de lengte van de lont zo belangrijk. Een lont van 0,5 à 1 cm levert precies genoeg was voor een rustige vlam. Een langere lont levert te veel, en de vlam wordt hoog en onrustig. Laat een kaars maximaal 4 uur achter elkaar branden, laat hem daarna afkoelen en knip de lont bij voordat je hem weer aansteekt.

Wat er in onze kaarsen zit

Onze kaarsen hebben niet meer onderdelen dan nodig: was en een katoenen lont.

LLIOR is een Nederlands kaarsenmerk dat ongeparfumeerde kaarsen maakt van een 50/50-mengsel van bijenwas en sojawas, met een katoenen lont en zonder paraffine, toegevoegde geur of kleurstof. Onze stompkaarsen staan vrij, zonder glas, zodat de lont makkelijk te bereiken en bij te knippen is. De Signature Candle is 20 cm hoog, 8 cm breed en weegt 800 g, met een gemeten brandtijd van 180 tot 200 uur. Meer over de materialen lees je op The Standard.

Veelgestelde vragen

Hoe heet het touwtje in een kaars?

De lont. Die brengt gesmolten was naar de vlam en is meestal van gevlochten katoen.

Hoe heet het zwarte bolletje op de lont?

Een koolkopje. Knip het eraf als de kaars is afgekoeld, zodat er 0,5 à 1 cm lont overblijft.

Wat zijn de ribben van een kaars?

De verticale groeven in de zijkant van sommige kaarsen. Ze horen bij het ontwerp en vangen het licht in smalle banen.

Wat is het heetste deel van een kaarsvlam?

De vage buitenzone van de vlam, waar de wasdamp de meeste zuurstof krijgt.

Hoe heet de gesmolten was rond de lont?

Het smeltbad. Dat is de brandstofvoorraad van de vlam zolang de kaars brandt.

Vier geribbelde LLIOR-dinerkaarsen van sojawas, 27 cm, ongeparfumeerd, met katoenen lont

Share